Les in Jazz

De volgende edities van Les in Jazz vinden plaats in voorjaar 2018 in Utrecht en Tilburg

Utrecht
Vanaf woensdag 10 januari t/m 14 februari 2018 in TivoliVredenburg.
Info en tickets via deze link

Tilburg
In De Kennismakerij (samenwerking tussen Paradox en Bibliotheek).
Op 6 maandagen van 5 maart t/m 16 april 2018 (m.u.v. 2 april, 2e Paasdag).  De cursus kost € 75,00. Deelname aan de cursus geeft je tevens gratis toegang tot 6 concerten, die in die periode in Paradox worden gegeven. Info HIER

Les in Jazz
Een lesprogramma voor jazz liefhebbers en concertbezoekers
Je luistert graag naar jazz en geïmproviseerde muziek, gaat naar festivals en concerten, je draait CD’s of playlists, luistert naar jazz op de radio. En je vindt dat leuk, mooi, swingend, interessant of spannend, maar je begrijpt niet altijd wat de musici nu eigenlijk precies doen. Wat hoor je eigenlijk?
Zou je wel eens wat verdieping willen over de jazz waar je naar luistert? Wil je beter begrijpen wàt je hoort?

LES in JAZZ geeft je met behulp van veel video en audio meer inzicht in allerlei muzikale achtergronden.
In 6 lessen leer ik je beter te onderscheiden wat je hoort in jazz en improvisatie. 
Het doel is om de muziek beter te leren volgen, waardoor het toegankelijker wordt en er méér te beleven is. Het wordt allemaal nog spannender als je iets meer weet van de muziek. Het gaat hierbij niet om de muziektheorie, het gaat om het luisteren.

Deelnemers zeiden dit over Les in Jazz:

“Dankjewel voor je inspirerende lessen. De les van het uitgestelde oordeel, zo heb ik het genoemd. Luisteren zonder meteen je smaak of je ongemak te laten gelden. Ik heb al heel wat nieuwe reizen door muziekland gemaakt.” (Marjolijn)

“Ik vond het fijn, gezellig en leerzaam. Je weet een fijne sfeer te creëren. Ik luister nu anders naar jazz. Nog intenser en bewuster en met nog meer respect voor de vrijheid van improvisatie en composities van bepaalde stukken. Stukken hoeven nu niet persé mooi te zijn maar kunnen ook interessant zijn. En dan zit ik ook te genieten.” (Marco)

Over jazz: “Snappen is nu voor mij een groot woord, maar ik heb er wel meer plezier in gekregen. Vroeger dacht ik bij solo’s vaak: vast keileuk om te doen, maar ehhh… moet ik daar bij zijn?
Fijn was sowieso, in volgorde van belangrijkheid:
 iemand die met zoveel liefde en vrolijkheid over muziek praat
; de grote hoeveelheid fijne muziek die voorbij kwam en na te luisteren was dankzij de resumés!”
(Djoen)

“Het belangrijkste en leukste vond ik toch het kennismaken met muziek die ik nog nooit had gehoord.” (Lucas)

Ik laat een groot aantal stukken horen (en vaak ook zien) aan de hand van zes onderwerpen. Ik haal mijn voorbeelden uit een groot gebied van Jazz, Impro & Beyond. Jong en oud, Nederlands en internationaal, van bebop tot vrije improvisatie. Van Charlie Parker tot Bill Frisell, van Charles Mingus tot Benjamin Herman, van The Bad Plus tot Wilbert de Joode.
Eerst leg ik eerst een paar dingen uit over het onderwerp; daarna laat ik een aantal stukken horen, steeds met een andere invalshoek.
We gaan ons dan afvragen wat er gebeurt en hoe je dat kunt volgen.
Van iedere les is achteraf een uitgebreid resumé beschikbaar, met tekst en video’s uit de les plus nog extra muziekvideo’s.
Deelnemers vinden de cursus toegankelijk en precies goed van inhoud, duur en lengte. Het resumé achteraf wordt erg gewaardeerd
. De prijs/kwaliteit verhouding wordt als goed beoordeeld.

De lessen duren ruim anderhalf uur. De onderwerpen zijn:
1. Melodie
2. Ritme en Rolverdeling
3. Akkoorden, akkoordinstrumenten
4. Solo en opbouw
5. (Vrije) Improvisatie
6. Jazzstijlen

Contact: veravingerhoeds@gmail.com

vera door govert driessen

 

Resumé les 5 Vrije Improvisatie
Met alle video’s uit de les + 1 extra

“Je duikt in het zwembad, tegelijk met anderen, en probeert samen de overkant te halen”.
Zo heeft Han Bennink het begrip Vrije Improvisatie wel eens gedefinieerd.
Ter plekke iets bedenken, zonder dat er noten zijn opgeschreven, zonder vaste vormen, met weinig of geen afspraken, regels of instructies. En vervolgens omgaan met de toevalligheden die op je weg komen. Improviseren is eigenlijk net als het hebben van ‘een goed gesprek’, maar dan in muziek, niet in taal. In een gesprek weet je ook niet van te voren wie wat/wanneer/hoe gaat zeggen. Een verschil is echter wel, dat je in een gesprek meestal beleefd wacht tot de ander klaar is met zijn zin. In muziek improvisatie hoeft dat niet zo te zijn.

Spannend om te doen – en vaak ook om te volgen. Het procedé heeft ook risico’s: want hoe blijven de musici met elkaar op eenzelfde pad? Vrije improvisatie is een zoektocht zonder garanties.

Soms lijkt het of vrij improviserende musici langs elkaar heen spelen.
Je hoort geen samenhang, het lijkt of iedereen ‘maar wat doet’.
Maar is dat ook zo? Of is er toch een samenhang of een structuur?
Heeft dat wat musici doet met elkaar te maken? 
Zijn er afspraken? Welke dan?
Reageren de musici op elkaar? Kun je dat horen of zien?


Over het algemeen kun je zeggen, dat vrij improviserende musici nooit ‘maar wat doen’, of langs elkaar heen spelen. Er zit altijd een idee achter. Er is wel degelijk samenhang, ook al is het zonder vaste vorm.
Er is concentratie voor nodig; je kunt als musicus niet de noten van papier spelen, je moet zelf iets bedenken en goed blijven luisteren naar je mede-musici. Dat is dus zoeken, en ook als de musici ‘zoeken’ is het spannend om te volgen, omdat je als luisteraar/publiek een beetje deel uitmaakt van het proces bij het meemaken van de zoektocht.
Er zijn verschillende vormen en manieren van vrij improviseren.
1. vrij improviseren: er is geen melodie, thema, harmonie, schema of ritmische structuur. Er is niets
afgesproken
2. vrije improvisatie NAAST thema/melodie/harmonie/vorm. Dwz er is 
 melodisch, harmonisch en
ritmisch materiaal en structuur, maar daarBUITEN 
 wordt ook helemaal vrij geïmproviseerd. Het
gecomponeerde materiaal en/of het 
 schema wordt ahw even stopgezet.
Bijvoorbeeld: er is een thema A en een thema B – die worden allebei gespeeld. 
 Maar HOE en
WANNEER van A naar B te komen is niet afgesproken, is vrij.
3. vrije improvisatie BINNEN gecomponeerd materiaal of klanken.
Er zijn 
 afspraken over klank, vorm, sfeer of karakter.
4. collectief improviseren

5. ambient (klanklandschappen, soundscapes, minimale verschuivingen)

Voorbeeld 1/2
Dit is waar mensen vaak aan denken als ze de term ‘vrije improvisatie’ horen. ‘Freaken, piep krak, maar wat doen’

* Trio Willem Breuker, Victor Kaihatu, Pierre Courbois
1966. 
Er is een themaatje van een paar afgesproken noten aan begin en einde, tussenin is er vrije impro. Daarin wordt veel gefreakt en gerommeld. Breuker wordt ook nog ouderwets netjes geïnterviewd en zegt dan iets over zijn opvatting van hedendaagse jazz. Breuker had toen net 2e prijs Loosdrecht Festival gewonnen met big band, een jurybeslissing die door menigeen schandalig werd gevonden.
Het ging in er in die tijd erg om de bestaande vormen en regels te doorbreken en ontregelend bezig te zijn. Dwz de vrijheid nemen om in het moment te musiceren en niet aan een stramien vast te zitten. Het is niet zo dat ze ‘maar wat doen’: ze houden zich aan de ingrediënten uit het thema, hoewel de impro zelf zonder afspraken verloopt. Ze delen ook vooral de energie.
https://youtu.be/4JgdjhEIh4w

* Docu over Sean Bergin: over de vrije impro en de kennis van de traditie.
“Er waren geen grenzen, zij konden alles doen”. Hoe zag dat eruit?
Han Bennink en Misha Mengelberg tijdens uitreiking VPRO/Boy Edgarprijs aan Sean Bergin in 2005.
Het fragment uit de les begint op 7:49
https://youtu.be/lRjOL3k0hyI

* Jimmy Giuffre, Spasmodic from Free Fall 

met Paul Bley en Steve Swallow, 1962
Jimmy Giufre was een jazzclarinettist, die spannende paden in de muziek volgde. Hij had een grote melodische vindingrijkheid, kon ritmisch subtiel spelen en nam als een van de eersten in zijn tijd (v.a. jaren 50) veel improvisatorische vrijheid. In zijn stukken refereerde hij ook aan moderne klassieke muziek van componisten als Strawinsky, Darius Milhaud, Morton Feldman. Hij was daarin een voorloper, maar werd eigenlijk nogal miskend. Wat hij maakte was een combinatie van kamerjazz en vrije impro, vaak in bezettingen zonder drummer.
Het stuk lijkt wel een begin- en eindthema te hebben, ook al klinkt het alsof het van a-z geïmproviseerd is. Je hoort piano en clarinet op elkaar reageren. Doet de éen een rifje, dan speelt de ander er daarna eentje. Legt de éen een lange klank neer, dan doet de ander dat soms ook. Speelt de éen iets druks met grote intervallen, dan doet de ander dat ook. Het is alsof ze duidelijk willen maken, dat ze bij elkaar horen.
https://youtu.be/wKzdeDrn8Qs

voorbeeld van 2 en 4
* Trio Braam De Joode Vatcher, Mud


Een trio met piano, bas en drums.
CD Colors. Iedere track heeft de naam van een kleur. 
Er zijn hier afspraken over sfeer en karakter (‘Mud’) en er is een piano thema, maar daarnaast is er vrije impro.
 De musici hebben alle drie een eigen inbreng. 
Hebben de dingen die ze doen met elkaar te maken?
Ja, omdat er 2 uitersten tegenover elkaar worden gezet: hoge piepklanken op bekkens, druk en laag gedoe op de piano en bas. Hieruit ontspringt een pianothema laag. (Kun je dit herkennen?.) Daar moeten bas en piano naar toe werken. Dan sterft het weg. Er zijn dus toch wel uitgangspunten. Maar dat kunnen wij pas achteraf vaststellen. De Modderigheid (Mud) zit in piano en bas

https://open.spotify.com/track/3Pux0o9qwKgCBd92LHl6dM

NB
cd staat op spotify:
https://open.spotify.com/album/0je6nM9jB5O6PP0w0nnr2b
of typ dit in als je op spotify bent: Trio Braam de Joode Vatcher – Colors

Voorbeeld 1 en 4. zonder afspraken en collectief improviseren
* OGU 

Vrije improvisatie door Jeroen van Vliets trio, met Jasper Stadhouders en Etienne Nillesen. Jeroen legt van te voren iets uit over de werkwijze.
Is er samenhang? 
Er worden collectief een soort dynamische golven gespeeld:”ze ademen samen”. 
Volgen de musici elkaar? Ja
http://www.youtube.com/watch?v=cp_9I05banA

Voorbeeld van 1.
* Wilbert de Joode + 5
De Joode Solo + 5 spelen ‘JW’ tijdens de avond van de uitreiking van de Buma Boy Edgar Prijs 2016 aan hem. Wilbert de Joode – bas, Ada Rave, Frank Gratkowski, Peter van Bergen, Ab Baars, Tobias Delius – reeds. 
Een vorm ontstaat al spelende. De afspraak is dat de blazers één geheel zijn in klank; de bas is de andere eenheid.
De blazers en de bas staan a.h.w. tegenover elkaar. Peter van Bergen geeft steeds de inzetten voor de blazers aan. Ze ademen samen. De bas speelt zijn eigen lijnen daardoorheen; alsof hij commentaar geeft op wat de blazers doen.
https://youtu.be/G_p4vpfOFc4

Voorbeeld van 1 (en van klank- en techniekonderzoek)
* Derek Bailey Improvisatie 1975
Een voorbeeld van klank- en instrumenttechnisch ‘onderzoek’ in een vrije improvisatie.
 Gepluk en geplingel op de gitaar. Bezig met extreme klanken en technieken op zijn instrument, die niet voor de hand liggen en totaal niet gangbaar waren in die tijd. En zonder effektapparatuur (het was 1975)!
Bailey was een voorbeeld voor gitaristen als Joe Morris, Fred Frith, Jasper Stadhouders.
https://youtu.be/mfMVQ-DvAB8

* Improvisatie Jasper Stadhouders
In Nederland is inmiddels een nieuwe generatie overtuigde ‘vrije improvisatoren’, die zich niet altijd meer bezighouden met free jazz, maar bijvoorbeeld ook met avant garde klanklandschappen of electronische muziek.
Gitarist Jasper Stadhouders is zo iemand. Een groot voorbeeld voor hem is Derek Bailey…
https://youtu.be/o8kliEqtRHE

Voorbeeld van 2. Melodieuze vrije improvisatie.

*Chick Corea, Improvisation
Veel jazzpianisten spelen solo vrije improvisatie. Dat kan ook goed, omdat het een perfekt solo-instrument is. Denk aan Herbie Hancock, Cecil Taylor, Mc Coy Tyner, Keith Jarrett, Fred Hirsch, Brad Mehldau, Craig Taborn, Jeroen van Vliet, enz.
En Chick Corea, een van de meest invloedrijke pianisten sinds Bill Evans. Hij vond het karakter van de vrije jazz en improvisatie dat opkwam in de jaren 70 toen te abstract, en wilde muziek maken voor een breder publiek, dus toegankelijker, en ook commerciëler. Dit is een melodieuze improvisatie van hem, met een spaans karakter.
Opgewekt, krachtig, melodieus en inderdaad toegankelijk. Met ritmes, akkoorden en uitgangspunten, maar zonder vaste vorm.

https://youtu.be/g0b7DSML5q4


Voorbeeld van 2 en 4.

* John Zorn, Cobra

Een voorbeeld van strenge regels en improvisatie tegelijk. 
Improviseren met een groter orkest gebeurt vaak met een dirigent ervoor. Dat wordt dan een ‘geleide’ improvisatie. Bekend voorbeeld is Cobra, een compositie van de New Yorkse altsaxofonist John Zorn. Hij maakte een grafische partituur met spelregels en instructies, die op kaartjes opgeschreven staan en die hij voorhoudt aan het orkest.
NIET vaststaan het aantal musici, de tonen, de lengte, noch wie precies speelt of het moment waarop wàt precies moest gebeuren. De dirigent en vaak ook een aantal van de musici geven elkaar signalen om de inzet van stukken uit de partituur in te zetten/te beëindigen. Omdat de spelers improviseren, kan het stuk iedere uitvoering verschillend klinken. 
Met oa Kenny Wollesen, Joey Baron – drums, Trevor Dunn – bas, Ikue Mori – piano, Cyro Baptista – percussie, Marc Ribot – gitaar.
https://youtu.be/3axwvjwUpNE

Voorbeeld van 3
*BraamDeJoodeVatcher: Orange
van de CD Colors. 
Er is een thema en een structuur maar daarbinnen vrije impro. Dwz er is een melodie, een ritme en een akkoordenschema. Maar door de piano wordt ook vrij geïmproviseerd. Wel op de beat maar niet in het schema.
Iedere track op dit album heeft de naam van een kleur. Orange= vrolijk, opgewekt?
Het ritme: bas accenten. Wie speelt het: bas. maatsoort: 4/4, tempo: medium up, puls: snelle mars
Schema: ja, maar niet tijdens de impro
De strakke ritmesektie speelt de hele tijd een popbeat op 1 akkoord, terwijl piano een thema speelt en daarna helemaal vrije noten gaat improviseren die niks te maken hebben met het ritme of het akkoord. Ze passen wel in het tempo en de puls, maar niet in het schema.
Karakter: het lijkt wel een moeilijke rit op een volle snelweg: bas en drums houden de vaart erin, maar de piano komt van alles tegen onderweg en maakt diverse uitstapjes. Als ze dan eindelijk het doel hebben bereikt is het ook meteen klaar. (Het melodietje van Tarara Boem Diee wordt door de piano pas helemaal op het einde afgemaakt, hij speelde er steeds de eerste noten van) “Hèhè, we zijn er.”
Het werkt omdat het dwingende van de ritmesektie ‘aangevallen’ wordt door het spel van de piano. Tegenstellingen dus.
https://youtu.be/s5uA2obDiKE

Nog een voorbeeld van 3.
* Eric Vloeimans met Kytecrash 
Er is een thema en een structuur maar daarbinnen vrije impro.
Deel uit een concert van Vloeimans met Kytecrash op Oerol in 2012 (in dit fragment zien we trouwens Kyteman niet)
Vloeimans kan heel mooi trompet spelen met een fluwelen toon. in dit fragment doet hij dat niet. Hij gaat hier flink tekeer met veel snelle en hoge noten, en veel electronica.
Hij beschrijft hoe hij tegen dat improviseren aankijkt: opgaan in het hier en nu; je samen voelen met de andere musici. Als je dat goed doet neem je het publiek vanzelf mee. Dan gaat het dus over uitstraling: het overbrengen van energie, sfeer, en lol!
https://youtu.be/ESP0gq-XAhE


Voorbeelden van 5: Ambient
Bij ambient gaat het vaak om klankonderzoek/klanklandschappen, meestal in combinatie met electronica. Vaak rustig, soms ook heavy. Er is veel ruimte voor improvisatie zonder melodie/ritmische ontwikkeling.
Ambient is geëvolueerd vanuit de synthesizer-popmuziek van artiesten als Brian Eno (midden jaren 70) en Kraftwerk, en later ook vanuit de dance-wereld. Het is een stijl met rustige, lang uitgesponnen klanken, met elektronische instrumenten, waarbij het meer gaat om het creëren van soundscapes dan om liedjes en composities.
Deze muziekstijl was aan het begin van de 20e eeuw al te vinden in de klassieke muziek, onder andere in de Musique Concrète, maar ook bij componisten Erik Satie, Charles Ives en later ook bij John Cage. Eno vond het muziekgenre dus niet uit, maar hielp het wel aan zijn naam. 
De term ‘Ambient’ stamt van het Latijnse werkwoord ‘ambire’, wat ‘rondgaan’ of ‘omringen’ betekent. (omgevingsmuziek – environmental music)
Het ging Eno ook om het scheppen van subtiele geluiden die soms de hele tijd hetzelfde lijken, maar toch op subtiele wijze ook veranderen.

*Brian Eno, Stars
https://youtu.be/EfZxZmbbWI8

Voorbeeld melodieuze ambient
*Jan Bang/Eivind Aarset, Homage to Green
van de CD Dream Logic 
(hommage aan Peter Green van Fleetwood Mac)
Ambient-met-een-melodie, waaraan spacy geluiden worden toegevoegd. De impro zit in die toevoegingen, de gitaar speelt vooral het liedje. Jan Bang doet veel aan ‘live sampling’, waarbij hij steeds stukjes van het door de gitaar gespeelde opneemt, bewerkt en opnieuw afspeelt (bv iets ‘achteruit’ afpelen, er veel ruimtelijke effekten aan toevoegen, er een ritme mee maken etc.)
Hebben de dingen die ze doen met elkaar te maken? 
Ja, want ze willen samen 1 sfeer opbouwen; mogen elkaar niet in de weg zitten. De een mag/wil de ander niet overstemmen of iets heel anders gaan doen. Er is dus samenhang, maar geen vaste vorm.
In deze video van een heel concert begint dit stuk op 1:27:50

https://open.spotify.com/track/4t9BAZmjX70it9ne08dwyS