Guus Janssen

De opzettelijke blunder
De hapering
De foute noot die de goede blijkt te zijn.

Drie grootmeesters van de Nederlandse improvisatiemuziek spelen sinds jaar en dag in verschillende combinaties samen, maar treden op 14 oktober voor het eerst als trio op: trombonist Wolter Wierbos (o.a. ICP Orchestra), drummer Wim Janssen (o.a. Ensemble Loos) en pianist/componist Guus Janssen.
 Wat gaan we horen? Guus Janssen omschrijft het trio als volgt: ‘Thema’s, patronen en swing vallen uiteen om zich in een nieuwe jas weer te vertonen. Een foute noot blijkt de goede te zijn in een koorddans van vergissingen die zich even weerbarstig als muzikaal oplossen.’

Guus Janssen is vrijdenkend pianist/componist die zowel in de jazz en impro als in de hedendaags gecomponeerde muziek al vele jaren zijn sporen heeft verdiend.
Hij is – met een paar andere groten zoals Misha Mengelberg – representatief voor de hoekige eigenwijze Dutch swing. Grillig, ontregelend en rusteloos met een voorliefde voor de opzettelijke blunder, de hapering. 
Een blog schrijven over Guus Janssen brengt onvermijdelijk met zich mee, dat er gekozen moet worden over welke onderdelen van zijn werk het moet gaan. Ik laat de (omvangrijke) hedendaags gecomponeerde kant hier buiten beschouwing, maar op de website van Janssen (en ook op Youtube) zijn verschillende video’s van zijn werk te vinden.

Volgende maand is hij in verschillende bezettingen te horen.
4-10 Beets kerk 15.30: Guus Janssen orgel solo
9-10 Amsterdam Roode Bioscoop: Trio Janssen Wierbos Janssen
14-10 Bimhuis: Trio Janssen Wierbos Janssen
23-10 Bimhuis: ICP Orchestra met Guus Janssen piano
25-10 Zaandam Doopsgezinde Vermaning 16.00: Han Bennink drums Guus Janssen orgel

Guus Janssen wordt geroemd om zijn flexibiliteit als improvisator, zijn gedrevenheid als componist en uitvoerend musicus en zijn nieuwsgierigheid en zijn onvermoeibare zoektocht naar nieuwe muziekvormen en combinaties van genres. 
Hij mengt de verschillende muzikale werelden van klassieke muziek en jazz, van componeren en improviseren niet tot een synthese, maar hij last ze aan elkaar tot een montage. In zijn gecomponeerde stukken komen gedeelten voor waarin de musici moeten improviseren en de improvisaties in zijn jazzcomposities zijn altijd gestructureerd.
Kwaliteit video en audio is een beetje matig, maar toch: een video van trio met Wierbos:

Janssens muziek is grillig, ontregelend en rusteloos – dat geldt zowel voor zijn composities als zijn improvisaties. Hij heeft een speciale voorliefde voor de opzettelijke blunder, de hapering, het doorbreken van het aanvankelijk ingezette stramien. Het resultaat is muziek die zichzelf voortdurend relativeert en nooit verzandt in zwaarwichtigheid. Zijn stijl wordt sober, nuchter, helder, zelfs ‘typisch Nederlands’ genoemd.

Voor zijn werk en zijn spel ontving hij in de loop der jaren meerdere prestigieuze prijzen. Bijvoorbeeld de Johan Wagenaar prijs voor zijn hele oeuvre. de jury daarvan zei er oa dit over:“Componist Guus Janssen is ‘Holland op z’n best’. Zijn oeuvre is authentiek, uitgesproken eigen en met niets anders te vergelijken. Zijn werk heeft zo’n unieke signatuur dat al zijn stukken, om het even uit welke periode, altijd meteen als ‘typisch Janssen’ te herkennen zijn. De jury beschouwt hem als een van de meest creatieve en vrijdenkende componisten van deze tijd.”

Hij werkte samen met oa  Theo Loevendie, Evan Parker, Maarten Altena, John Zorn, George Lewis, Han Bennink, Harry Sparnaay en Gidon Kremer. Op het ogenblik speelt hij eveneens in De David Kweksilber Big Band en het ICP. Hij heeft diverse eigen ensembles geformeerd, met als bekendste het Guus Janssen Septet, waarvoor hij de meeste muziek zelf schrijft.

Guus Janssen (1951) studeerde piano en compositie aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam.
Als pianist, organist en clavecinist trad hij op in verschillende bezettingen met musici van John Zorn tot Gidon Kremer. Sinds begin jaren tachtig leidt hij zijn eigen ensembles, van (piano) trio tot 11-tet en (opera) orkest.
Janssen’s composities reiken van pianomuziek en kamermuziek tot symfonisch werk. Ze werden uitgevoerd door diverse Janssen-formaties en verder oa het Mondriaankwartet, het Nieuw Ensemble, het Metropole Orkest, het Radio Kamerorkest, het Concertgebouw Orkest en de Ebony Band.
In 1981 ontving hij de Boy Edgar Prijs. Voor zijn compositorisch werk werd hij in 1984 bekroond met de prestigieuze Matthijs Vermeulen Prijs. In 2012 ontving hij de ‘Johan Wagenaar Prijs’ voor zijn hele oeuvre.
Het pianoconcert ‘Vrije Tijd’ dat hij schreef voor ASKO|Schönberg en dat in 2011 in première ging met de componist aan de piano werd in 2012 genomineerd voor de ‘Toonzettersprijs’.
In samenwerking met Friso Haverkamp ontstonden tot nu toe de opera’s ‘Faust’s Licht’ (1988/1993), ‘Noach’ (1994), ‘HIERº’(1997/1999) en ‘Blue, a Pinocchio in reverse’ (2010).

Meer lezen