Driff Records

Transatlantic Improvised Music

Improvisatiemuziek is niet gebonden aan geografische grenzen. Je kunt het maken met musici van over de hele wereld. Er zijn een paar dingen voor nodig: een open en avontuurlijke geest, bereidheid om te luisteren naar elkaar, te improviseren, en daadwerkelijk samen te spelen.
Rietblazer Jorrit Dijkstra woont al 12 jaar in Boston en bouwde daar een nieuwe carrière op als blazer in de jazz & improscene.
Hij is de improvisatiemuziek zeer toegedaan en werkt veel samen met musici uit Chicago en Boston. Maar ook speelt hij nog regelmatig in Nederland met musici van hier.
Driff Records is het eigen platenlabel dat hij in 2012 oprichtte samen met pianist Pandelis Karayorgis. Omdat vrijere vormen van impro nooit makkelijk te slijten waren aan bestaande grotere platenmaatschappijen zijn veel musici muziek gaan uitbrengen in eigen beheer.

In totaal werden op het label nu 12 CD’s uitgebracht, waarvan 6 in 2014. In juli van dat jaar was er zelfs een minifestival om die te presenteren, waarbij naast musici uit de Boston jazz & improscene ook saxofonist Tony Malaby uit New York te gast was.
Hieronder een overzicht van de 2014-releases. Jorrit Dijkstra speelt op 29 april van dit jaar in het Bimhuis.

THE WHAMMIES: PLAY THE MUSIC OF STEVE LACY, LIVE (VOL. 3)


https://soundcloud.com/driffrecords/bumpers
Dijkstra was altijd al fan van de wat dwarsere improvisatiemuziek, zoals die in Nederland heeft gebloeid sinds de jaren 70. De muziek Steve Lacy sloeg bij hem aan in 1983, toen hij een optreden zag van Lacy en drummer Han Bennink. Lacy speelde in die tijd regelmatig in het Amsterdamse Bimhuis.
The Whammies maakten tot nu toe 3 cd’s van (ook wat minder bekende) stukken van Lacy.
Geen arrangementen van die stukken, maar een nieuwe aanpak daarvan. Lacy’s thema’s zijn uitgangsunt voor eigen instant-composing.  Op Volume 3 staan o.a. Lacy ‘highlights’ “Revolutionary Suicide” (opgedragen aan Black Panthers activist Huey Newton) en het aan Sun Ra opgedragen “Sublimation”, dat nooit eerder werd opgenmomen. Net als de vorige 2 platen eindigt ook deze 3e met een stuke van thelonious Monk: Hornin In.
Jorrit Dijkstra – alto sax, lyricon, Pandelis Karayorgis – piano, Jeb Bishop – trombone
Mary Oliver – violin, viola, Jason Roebke – bass, Han Bennink – drums

SHUFFLE, van BOLT


Dit kwartet uit Boston focust op vrije impro. Dijkstra speelt hierin ook op de lyricon, een analoog blaas-synthesizer instrument uit de jaren 70. BOLT balanceert tussen expressieve free jazz en minimalistische impro met spaarzame electronica-soundscapes.
Jorrit Dijkstra – alto saxophone, lyricon, Eric Hofbauer – guitar , Junko Fujiwara – cello , Eric Rosenthal – drums, percussion

JORRIT DIJKSTRA: MUSIC FOR REEDS AND ELECTRONICS, OAKLAND


https://soundcloud.com/driffrecords/easel
Merkwaardige combinatie van electronische muziek, noise, free jazz en moderne kamermuziek. 
Dijkstra is al veel langer bezig met electronica en zette een rietkwintet met blazers uit Chicago, Amsterdam en Oakland op om te kunnen experimenteren met improvisatie en electronica in een typische kamermuziek-bezetting. De electronica komt van de lyricon, analoge synths en modules.
Jorrit Dijkstra – alto saxophone, lyricon, analog electronics , Phillip Greenlief – alto and tenor saxophones, clarinet , Kyle Bruckmann – oboe, english horn, analog electronics , Frank Gratkowski – clarinet, alto saxophone , Jon Raskin – sopranino, alto and baritone saxophones, analog electronics

AFTERIMAGE , van PANDELIS KARAYORGIS QUINTET

Deze band van pianist Pandelis Karayorgis houdt zich bezig met post-bop, avantgarde, zowel gestructureerd als geïmproviseerd. Veel collective energie in stukken die elke keer anders klinken. Drie stukken zijn eerbetuigingen: “Velocipede” aan Steve Lacy, “Sway” aan Lennie Tristano en “Veil” aan Billy Strayhorn.
Dave Rempis alto, tenor and baritone sax, Keefe Jackson, tenor sax, bass clarinet, Pandelis Karayorgis, piano, Nate McBride, bass, Frank Rosaly, drums

JORRIT DIJKSTRA: NEW CROSSCURRENTS


Het Nederlandse sextet New Crosscurrents was heel kort (in 2003) een groter vervolg op kwartet Sound-Lee!, dat vroeg werk van Lee Konitz op het repertoire had staan.
Guus Janssen en Jorrit Dijkstra hadden een fascinatie voor de heldere sound van de ‘Tristano-school’ met vloeiende frasering, contrapintische composities en een kale (uitgeklede) ritmesektie.
Het sextet speelde een paar stukken van Tristano, maar vooral werk van Guus Janssen met abrupte wendingen, improvisatieblokken en collectieve improvisaties. Daarin was ook de invloed te zien Guus had op andere Nederlandse componisten en improvisatoren na hem die eveneens opereerden op het grensvlak tussen hedendaagse klassieke muziek en jazz.Het doel van dit project was niet om de geschiedenis te herhalen, maar om ermee verder te gaan, als een soort onderzoek naar de relatie tussen compositie en improvisatie.
Jorrit Dijkstra – alto saxophone, David Kweksilber – tenor and alto saxophone , Wiek Hijmans – guitar , Guus Janssen – piano , Raoul van der Weide – bass , Wim Janssen – drums

JORRIT DIJKSTRA: PILLOW CIRCLES


https://soundcloud.com/driffrecords/pillow-circle-65-for-rogier-van-otterloo
Pillow Circles is een project waarvoor Dijkstra een compositie-opdracht kreeg van het Northsea Jazz festival in 2009 en waarin de electrische gitaar een belangrijke rol speelt. Geïnspireerd door de soundcsapes van bijvoorbeeld indie-rock bands als Sonic Youth en Spiritualize.
Twee gitaristen daarom in deze (Nederlands-Amerikaanse) groep. Dit is de 2e plaat van deze groep, die nu opener speelt en losser omgaat met het muzikale materiaal. Alle stukken zijn opgedragen aan een musicus, die invloed heeft (gehad) op Dijkstra’s muziek.
Jorrit Dijkstra – alto saxophone, tin whistle , Jasper Blom – tenor and soprano saxophones , Ilja Reijngoud – trombone , Tanya Kalmanovitch – viola , Raphaël Vanoli – guitar, electronics , Paul Pallesen – guitar, banjo , Jason Roebke – bass, Frank Rosaly – drums

In 2002 verhuisde Jorrit Dijkstra van Amsterdam naar de USA, waar hij sterke banden onderhoudt met improviserende musici uit Boston en Chicago. Naast alt- en sopraansax speelt hij het elektronische blaasinstrument lyricon en analoge elektronica, en componeerde hij voor ensembles als Tetzepi, David Kweksilber Big Band en het Amstel Quartet. 
Hij is bijzonder actief als bandleider, componist en ook als docent, zowel in Boston als in Nederland. Een paar van zijn ensembles zijn: The Flatlands Collective (met musici uit Chicago); Pillow Circles, een project waarvoor hij een compositie-opdracht kreeg van het Northsea Jazz festival in 2009, en waarbij de electrische gitaar een belangrijke rol vervult. Een duo met slagwerker John Hollenbeck, waarbij de twee musici vooral inzoemen op details in de klank van hun instrumenten, met behulp van analoge electronica. Sound-Lee, een Nederlands kwartet dat de muziek van Lee Konitz speelt.

ENGLISH

Driff Records: Transatlantic Improvised Music

Improvised music is not bound by geographical boundaries. You can make it with musicians from all over the world. There are a few things needed: an open and adventurous spirit, a willingness to listen to each other, to improvise, and actually playing together.
Jorrit-Dijkstra door fransesca patella(photo Fransesca Patella)
Reed player Jorrit Dijkstra is living in Boston for 12 years now and built a new career as a reedplayer in the jazz and improv scene.

He’s very committed to improvised music and often works with musicians from Chicago and Boston. But he still plays regularly in the Netherlands with musicians from here.
Driff Records is the record label that he founded in 2012 together with pianist Pandelis Karayorgis. Obviously, because freer forms of improvised music were not easy to sell to existing larger record companies. Many musicians therefore release their music independently.

12 CDs were released on the label so far, including 6 in 2014. In July of that year there even was a mini festival to present them, which in addition to musicians from the Boston jazz and improv scene had saxophonist Tony Malaby from New York as a guest .
Jorrit Dijkstra plays on 29 April this year at the Bimhuis.
An overview of the 2014 releases.

THE WHAMMIES: PLAY THE MUSIC OF STEVE LACY, LIVE (VOL. 3)

Rather than making arrangements of the tunes beforehand, The Whammies take an open, “instant arranging” approach towards Lacy’s source material. During a concert each band member has the freedom to introduce backgrounds, solos, smaller groupings, or the next tune, to move the music forward.
Apart from Lacy highlights such as “Revolutionary Suicide” (dedicated to Black Panthers activist Huey Newton) and “Papa’s Midnite Hop” (based on a poem by Goethe), The Whammies play a few gems that have never been recorded, such as the Sun Ra tribute “Sublimation” (featuring Dijkstra’s Lyricon, an analog wind synthesizer from the ‘70s), and the hard swinging tune “Bumpers. Following the tradition set on the first two volumes, Vol. 3 again closes with a Thelonious Monk tune, this time “Hornin’ In.”
Jorrit Dijkstra – alto sax, lyricon, Pandelis Karayorgis – piano, Jeb Bishop – trombone
Mary Oliver – violin, viola, Jason Roebke – bass, Han Bennink – drums

BOLT: SHUFFLE

Boston-based quartet BOLT has been working locally since 2011, focusing solely on free improvisation. Using the distinctive timbral combination of two stringed instruments with the lyricon (an analog electronic wind synthesizer from the 1970s), saxophone, and percussion, BOLT’s group sound balances anywhere between the energy-orgies of free jazz and the sparse soundscapes of electronic minimalist improv. In the more expressive moments of a BOLT set the music hints at Boston’s influential master of microtonal improvisation Joe Maneri. In the more quiet introspective moments one could hear a modern day extension of the late 1940s experiments with free improvisation of the Tristano school. 
Jorrit Dijkstra – alto saxophone, lyricon, Eric Hofbauer – guitar , Junko Fujiwara – cello , Eric Rosenthal – drums, percussion

JORRIT DIJKSTRA: MUSIC FOR REEDS AND ELECTRONICS, OAKLAND

As a saxophone player and composer who has integrated electronics in his music for many years, Dijkstra wanted to experiment with the reed quintet – typically a classical chamber music format – by opening it up with improvisation and electronics.
He decided to launch a project spanning three cities where I’ve made long-lasting musical connections: Amsterdam, Chicago, and Oakland. 
The electronics include Jorrits Lyricon (which counts as an analog electronic reed instrument) and John and Kyle’s interesting collections of analog synths and noisemaking modules. A curious assemblage at the intersection of electronic music, noise, free jazz, and modern chamber music.

JORRIT DIJKSTRA: NEW CROSSCURRENTS
In the fall of 2003, Dutch sextet New Crosscurrents came together as a short-lived extension of the quartet “Sound-Lee!,” which was dedicated to the early compositions of cool jazz alto saxophonist Lee Konitz. Guus Janssen and Jorrit Dijkstra had shared a fascination for the lucid sound of the Tristano school, with its contrapuntal improvisations, its fluid phrasing, and its bare-bones use of the rhythm section. 
New Crosscurrents played a few concerts with a mix of pieces by Lennie Tristano, but mainly the sextet interpreted a set of Guus’ works. The sudden cutoffs and improvisational blocks in these pieces resemble Guus’ earlier experiments with game pieces and clear collective improvisational forms. It also shows the influence Guus had on other Dutch composers and improvisers after him, walking the lines between contemporary classical music and jazz. It’s clear that the objective of this project was not to repeat history, but to expand on it, as a study in the relationship between composition and improvisation.

AFTERIMAGE, PANDELIS KARAYORGIS QUINTET 

This group thrives on the tension between arranged and spontaneous, post-bop and avant-garde. A new set of original compositions was submitted to the group’s collective energy and was given shape during these performances.  Three of the pieces are tributes; “Velocipede” to Steve Lacy, “Sway” to Lennie Tristano, and “Veil” to Billy Strayhorn’s beautiful ballad writing.
Dave Rempis alto, tenor and baritone sax, Keefe Jackson, tenor sax, bass clarinet, Pandelis Karayorgis, piano, Nate McBride, bass, Frank Rosaly, drums

JORRIT DIJKSTRA: PILLOW CIRCLES

Pillow Circles originated as the annual composition commission for the North Sea Jazz Festival in Rotterdam in 2009. The idea was to assemble a large ensemble where the guitar would play a major role in the group sound, inspired by the stretchy soundscapes of indie-rock bands such as Sonic Youth and Spiritualized. The basis was formed by Dutch guitarists Paul Pallesen (with whom Dijkstra has worked since the mid ‘80s) and Raphaël Vanoli (known from the successful improv-rock duo Knalpot), and three members of Dijkstra’s “Chicago” band The Flatlands Collective. New York saxophone giant Tony Malaby and Dutch virtuoso Oene van Geel, were added, and the results were first documented on Clean Feed Records in 2010. This recording documents the evolution Pillow Circles had gone through with more open space for improvisations and an overall looser atmosphere towards the composed material. Each piece is dedicated to a musician that had a significant influence on Jorrit’s music.

In 2002 Jorrit moved from Amsterdam to the USA, where he maintains strong ties with improvising musicians from Boston and Chicago. Besides alto and soprano sax he plays the electronic wind instrument Lyricon and analog electronics, and he composed for ensembles as Tetzepi , David Kweksilber Big Band and the Amstel Quartet. He is very active as a bandleader, composer and as a teacher in Boston as well as in The Netherlands. A few of his ensembles: The Flatlands Collective (with musicians from Chicago), Pillow Circles, a project for which he received a composition assignment by the North Sea Jazz Festival in 2009, in which the electric guitar plays an important role. A duo with percussionist John Hollenbeck, “zooming in” to a whole new world of sonic textures, with the help of some analog electronics. Sound-Lee, a Dutch quartet that plays the music of Lee Konitz .